Het liedje dat ik zingen wil
in alle eer en deugd
is van een meisje lief en teer
Dat iedereen verheugd
refrein:
O, Susanne
De liev'ling van mijn hart
En waar ik heel dit aardse dal
En iedereen mee tart
Haar oogjes zijn zo hemelsblauw
vermengt met groen en geel
Het spijt me dat 'k zeggen moet
Maar waarlijk zij is scheel.
refrein:
O, Susanne...
Wat ben je wonderschoon
Met jou reis ik de wereld rond
En stel je dan ten toon
Haar neusje is ook niet te klein
'k Zou zeggen bijna plat:
Daarbij komt dan nog een gebrek
't Is de meeste tijd ook nat
refrein:
Haar mondje is zo lief en fijn
een hooischuur wel gelijk
als zij mij daarmee dan kust
Dan word ik haast een lijk
refrein:
Haar tandje zijn zo hagelwit
alsof zij pruimt en rookt
En of zij wel eeen jaar of tien
machines heeft gestookt
refrein:
Haar voetjes zijn ook niet misdeeld
en dat is ook een kruis
geloof me, wat er onder komt
Vertrapt zij heel tot gruis
refrein:
Ook ijverig is zij van aard
Maar liever lui dan moe
En als zij dan een dutje doet
Dan snurkt zij als een koe
refrein:
Mocht ik haar eens verliezen, ooit
Begeer haar nooit weerom
Want zij is tot mijn groot verdriet
Als een kameel zo krom
refrein:
O Suzanne!
Ik wens je niet weerom
ga jij gerust naar 't circus toe
Dan hebben zij een trom
