Goed vooruitzichten bieden geen garantie voor een goede afloop.
Dat blijkt ook weer uit dit lied wat ik vond in het Balladenboek van dr Tjaard W.R. de Haan

De schipbreuk van IJmuiden

Tekst
Anoniem

't Is nacht, de zee begint te tieren
De bliksem klieft, de donder rolt
Hoort hoe woest de winden gieren
De vrouw al schreiend strandwaarts holt
Knielend liggen zij ter neder
Goede God heb medelij
Spaar de onze in dit weder
En Klaasje vraagt onschuldig blij:
Refrein:

Het dorp in rouw, de klokken luiden
Daar nadert ginds een droeve stoet,
't Is visser Barend van Ijmuiden.
Eerbiedig wordt de stoet begroet
Marmerbleek van Klaasjes moeder
Valt snikkend op haar Barend aan
Haar smartekreet. O Albehoeder,
Wat hebben wij dan toch misdaan?
Refrein: