Daar lag het ontzielde, onoverwinnelijk geachte lichaam van Skuk .Op hetzelfde moment merkte ik dat de robijnen ring weer los om mijn vinger zat. Ik bedacht me geen ogenblik, liep naar de rokende poel en wierp deze in het gitzwarte stinkende water. Toen de ring het wateroppervlak raakte, begon het enorm te borrelen en werd het als bloed.
Het Zwaard kwam met het handvest omhoog uit het bloed, want dat was het.
Toen hield ik het Zwaard in mijn hand. Het water was als bij toverslag kristalhelder. Vol ontzag keek ik naar het Zwaard dat een ogenblik zwaar in mijn hand was, maar toen voelde ik de Kracht vanuit het Zwaard in mijn lichaam vloeien en ik besefte dat ik met dit Zwaard onoverwinnelijk was.
Ik had de Macht. Een rauwe kreet welde vanuit mijn binnenste op, en hoorde die ver over het meer galm Ik keek om mij heen, het was me toch maar gelukt. Van al mijn voorgangers kon men hoogstens lijm maken!
Het zwaard stak ik in de gordel en ik liep ,walgend vanwege de afgrijselijke stank, die om het reusachtige lichaam van het monster hing, op zoek naar de fluit. Deze had ik snel gevonden en raapte hem op.
Gelukkig dat Skuk er niet bovenop gevallen was, want dan had ik ernaar kunnen fluiten. Ik moest wel even lachen om mijn grapje.
Nu moest ik van het eiland af, maar hoe?
Natuurlijk, de veerman, je bent veerman of je bent het niet.
Ik ging aan de oever van het meer staan en zette de fluit aan mijn lippen. De betoverende muziek klonk weer over het water.
Ik dacht aan de veerman, die de Dienaar van Skuk was, ik moest wel op zijn hoede zijn voor die enge vent. Die zou het mij waarschijnlijk niet in dank afnemen dat ik Skuk gedood had.
Ik zou wel zien, bovendien had ik het Zwaard. Het duurde niet lang of de Dienaar dook uit de mist op. Schijnbaar net zo onverstoorbaar als op de heenweg. Had hij dan niets gemerkt van wat er gebeurd was?
Misschien was dat ook wel de invloed van de toverfluit. Hij naderde het eiland snel en meerde net als eerder, zonder op of om te kijken langs de oever af. Pas toen ik ophield met spelen, merkte de veerman wat er gebeurd was, met een snelle beweging was hij bij de dode Skuk.
Toen ik zag hoe snel bij zijn dode meester was begreep ik dat hij ook zo snel bij mij kon zijn en trok het Zwaard. De Dienaar liet een doordringende kreet horen die door merg en been ging. "Meester, meester", jammerde hij. Toen draaide hij zich om en keek mij aan, ik huiverde.
"Jij hebt mijn meester vermoord", krijste hij, "ik zal hem wreken met jouw bloed!
br>
"Haa", riep ik, "kom dan maar hier, dan zal ik je hiermee kietelen", en ik stak het zwaard in de richting van de Dienaar.
"Ja", gilde de Dienaar ," je bent een schurk, je hebt Zwaard ook nog gestolen".
"Ho, ho", zei ik spottend, "ik heb hem gekregen, weliswaar nadat ik Skuk had gedood, maar eerlijk is eerlijk, eens gegeven, blijft gegeven". Opeens was de Dienaar verdwenen, met een snelle beweging draaide ik me om en zag een afschuwelijke vreemde vogel voor me staan. "De Griffioen" dacht ik.
"Hier met het zwaard", krijste de lelijkerd.
"Hier heb je het", zei ik en deed een stap naar voren.
Het Zwaard trof de Dienaar dodelijk, zoals de Dwerg gezegd had. Daar lagen zij dan Skuk en zijn Dienaar en ik had hen overwonnen. Na nog een blik op het levenloze tweetal te hebben geworpen liep ik snel naar de roeiboot, ik ging maar liever weg voor ze nog erger begonnen te stinken. Bovendien zij mochten zich eens bedenken en besluiten verder te leven, je weet het nooit met zulke lui.
De boot lag gelukkig zoals de Dienaar hem had achtergelaten. Ik stapte in de boot en roeide met krachtige slagen weg. Weg van het eiland, dat al snel in de mist verdween. Verwonderd zag ik dat de zon nog steeds boven het eiland stond. Of de tijd was blijven stilstaan, maar ik gunde mij geen tijd voor bespiegelingen.
Het Zwaard lag aan mijn voeten en ik kon er amper mijn ogen van afhouden. Wat was ik trots en vooral opgelucht, dat het allemaal zo was afgelopen
Al spoedig bereikte ik de oever en begon aan de
terugtocht door het moeras. Het laat zich raden dat de tocht mij lichter
afging dan mijn heenreis. Mijn tred was licht en ik voelde mij
onoverwinnelijk. Wilde ik dat zwaard nog wel teruggeven aan de Dwerg? Ik wist
het niet.
De Dwerg zat nog steeds bij het vuur en was blij verrast toen hij de Marskramer weer in de verte zag aankomen.
Hij sprong op. Wat was hij blij. Het Zwaard was weer terug, het was deze mens dan toch gelukt het Zwaard aan Skuk te ontfutselen. Zijn schuld was ingelost, de vloek voorbij. Hoe het allemaal verder zou gaan was nu niet zo belangrijk, maar hij hoopte dat hij nu van taak verlost was en rustig kon sterven.
Toen de Marskramer dichterbij was gekomen riep de Dwerg opgetogen: "Eindelijk de vloek opgeheven", Tranen van blijdschap biggelden over zijn wangen.
"Ik zal je werkelijk rijk belonen Marskramer!"
"Vertel! Wat is er
gebeurd?"