Nu ben ik in mijn graf en ik zie het water door de recht afgestoken grafwand sieperen Boven mijn hoofd ligt de zware grafsteen en zie geen kans om uit het graf te breken. Toen ik hier zo over nadacht sprak hij tot mij:
Met genade licht de Vader
nu de sluier even op
Zie, hij is mij toen genaderd
in een enkle dauwedrop.
Ik zie de dauwdruppel aan een blad van een verwelkte geranium, die in een pot op het graf staat. Glanzend in het eerste morgenlicht.
In een kleine waterdruppel
leeft een nietige bacil
zwaait er met een grote knuppel
want hij heeft een eigen wil
Al die andere wil hij leren
met de knuppel zijns verstand
Héél de waterdrup regeren
effectief met film en krant
Menigvuldig als bacillen
in één waterdruppel zijn
even veelvoud is is hun willen
ziende niet de grote lijn
Dat hun plundering en roven
al hun diefstal, moord en brand
eenmaal hun de kool zal stoven
als de vrucht van hun verstand
Want als aan het eind huns strjden
allen uitgestreden zijn.
Ziet, dan is er slechts verblijden
in het offer van hun zijn.
In afwachting van de morgen, overdacht ik hoe het zou zijn in de mensen maatschappij. Inallerlei gedaanten zag ik mijzelf terugkeren. Steeds was daar weer de stem van de Geest, die mij op de dwaasheid van mijn pogingen wees. Niet als schrijver noch als spreker, bestuurder of beheerder zou ik terugkeren. Zelfs niet als vader van mijn kinderen of leider bij een spel. Geen enkele functie die aanzien heeft in deze wereld kon genade vinden in de ogen van mijn Leermeester.
Uiteindelijk stond ik op mijn grafsteen:
Als bedelaar, schuldenaar en boeteling.
Schepper, Heer en Schuldenaar
Strekt nu Zijne Hand
Ach kon ik nog beteren maar
Heel de wereld brand
Mijner schuld en ijdelheid
mijner mens begeren
Oh, kon ik het bet'ren maar
Kon ik mij bekeren
...................
...................
ik, Het Beeld uws maaksel
Heer, ik ben een braaksel
Hierop antwoordde de Geest met
Halleluja lof gezongen
Hoogste prijs en roem en eer
mijner Dienstknecht, Kind en Jongen
Is nu eindelijk een Heer
__________