Kaperslied

Emmanuel Hiel

Muziek: Anton Greefkes

Destijds waren de Duinkerkerkapers berucht, daarvan getuigt onderstaand lied.
Het volgende lied wordt aan onze zeekust
door de zeelieden, de vissers en ook de kustbewoners gezongen:

Al die willen te kapen varen
Moeten mannen met baarden zijn.
Jan, Pier. Tjores en Connee (Corneel)
Die hebben baarden, die hebben baarden
jan, Pier, Tjores en Connee,
Die hebben baarden. ze varen mee!

Zeemansliederen. In Volledige Werken, dl. I (1933)
Poëzie uit de Zuidelijke Nederlanden
1830 tot 1890
bron: inleiding van Albert Westerlinck
van de uitgave van het Davidsfonds-Leuven 1962
Poëtisch Panorama



Dagen en nachten door ‘t schuim te laveren,
Dagen en nachten vol strijdlust op jacht.
Winter en zomer de storm te braveren,
Groots van gemoed en het harte vol kracht!
Duizenden schoonheden blij te bewondren
Diepten des hemels en diepten der zee!
God aan te roepen en daden te dondren,
Dat is ons leven, in wel en in wee!
refrein:

Kalm van geweten, de spieren vol vlammen.
‘t Steigert, ons tuig, als vuurspuwende klip:
Lukt niet het entren, dan lukt ras het rammen.
Dwars boort de boeg dan door ‘t schreiende schip.
Geeft men zich over, ‘t is seffens de vrede!
Anders, we zwaaien de bijlen verwoed,
Bloedige baren. wee! walsen dan mede,
Kleurend de deining met sombere gloed.
refrein:

Moeten we wijken en zinkend bezwijken,
Niemand van ons die ooit siddert of ijst…
Recht is het ook dat met kaperse lijken,
‘t Golvengewriemel zich gulzigjes spijst.
Gromt dan de zeestorm verbolgen ons uitvaart.
God is zo goed en hij haalt onze ziel…
Ja, wijl de duivel verdoemd op de buit staart.
Plonst in de hel met de ontredderde kiel.
refrein:

<bgsound src="gezongen/kaperslied.wma"